Auteur: leni
Jacobus 1:16-18 +T 895
Jacobus 1:16-18 NBV
16.Geliefde broeders en zusters,
vergis u niet:17.elke goede gave,
elk volmaakt geschenk komt van boven,
van de Vader van de hemellichten;
bij Hem is nooit enige verandering
of verduistering waar te nemen.
18.Hij wilde ons door de verkondiging
van de waarheid tot leven roepen,
om ons de eersten te maken in Zijn Schepping.
Ik kom tot U: Lied1-7
Ik kom tot U.
1.Zoals ik ben kom ik tot U
met lege handen zoals nu,
wilt U ze vullen met Uw Geest,
o Heer ik kom tot U, tot U…
—
2.Zoals ik ben kom ik tot U,
mijn hart vol onrust en verwart
wilt U mijn hart genezen Heer
genees mijn pijnlijk hart van smart.
—
3.Vol zorgen om wat komen gaat
kom ik bij U voor goede raad
Ik vraag U hier om hulp o Heer
ik weet dat U mij niet verlaat.
—
4.Mijn loflied zing ik voor mijn Heer
en zing het telkens keer op keer
omdat ik zoveel vreugde voel
zing ik het telkens weer opnieuw.
—
5.O Heer vandaag kom ik bij U
met zo veel boosheid en verdriet.
maar dit gevoel dat wil ik niet
daarom breng ik het nu bij U.
—
6.Vol dankbaarheid kom ik tot U,
om U te prijzen voor Uw Woord.
Woorden van toen Zijn Woorden voor nu
en dat U mijn gebeden hoort.
—
7.In mijn zwak zijn kom ik tot U
alleen met U voel ik mij sterk
Wilt U mij geven van Uw kracht
O maak mij sterk in U, voor U…
Ik kom tot U: Lied 11 ?
Ik kom tot U.
11.Dat samen zijn dat is het doel
waarvoor wij eens geboren zijn,
het is een wonder van Liefde Heer
en samen zijn kan telkens weer.
Romeinen 14:9-12 T 890
Romeinen 14:9-12 NBV
9.Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen
om te heersen over de doden en de levenden.
10.Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster?
Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster?
Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan,
11.want er staat geschreven: Zo waar ik leef-zegt de Heer-,
voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.
12.Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.
Jesaja 60:19+20 (t 895)

Jesaja 60:19+20 NBV
19.Overdag is het licht van de zon niet meer nodig,
de glans van de maan hoeft je niet te verlichten,
want de HEER zal je voor altijd licht geven
en je God zal voor je schitteren.
20.Je zon zal niet meer ondergaan,
je maan niet meer verbleken,
want de HEER zal je voor altijd licht geven.
De dagen van je rouw zijn voorbij.










































