Romeinen 12:17-21

Romeinen 12:17-21 NBV
17.Vergeld geen kwaad met kwaad,
maar probeer voor alle mensen het goede te doen.
18.Stel,voorzover het in uw macht ligt,
alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
19.Neem geen wraak ,geliefde broeders en zusters,
maar laat God uw wreker zijn,
want er staat geschreven dat de Heer zegt:
Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.
20.Maar als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten,
als hij dorst heeft ,geef hem dan te drinken.
Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.
21.Laat u niet overwinnen door het kwade ,
maar overwin het kwade door het goede.

Romeinen 12:9-11

Romeinen 12:9-11 NBV
9.Laat uw liefde oprecht zijn.
Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.
10.Heb elkaar lief met de innige liefde
van broeders en zusters
en acht de ander hoger dan uzelf.
11.Laat uw enthousiasme niet bekoelen,
maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer.

Hebreeën 4:14+16

Hebreeën 4:14+16 NBV
14.Nu wij een hooggeplaatste Hogepriester hebben
die de hemel is doorgegaan,

Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden
aan het geloof dat we belijden.

15.Want de Hogepriester die wij hebben is er één die
met onze zwakheden kan meevoelen,

juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld,
met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde.
16.Laten we dus zonder schroom naderen
tot de troon van de Genadige,

waar we telkens als we hulp nodig hebben
barmhartigheid en genade vinden.

Jezus bracht licht in het duister…

774a-2-gekl-2

Jezus bracht licht in het duister.

Door Jezus komst
werd het licht in de wereld.

Door Jezus kunnen wij nu zien
wat eerst verborgen was.

Door Jezus wordt alles
aan het licht gebracht,

ook wat wij zelf liever
zouden verstoppen,
zo dat niemand
het te weten komt.
Dit gaat dus niet
over licht en donker,
over dag en nacht,
maar over Het Licht van Jezus,
over het licht en duisternis
in ons hart.

leni@vanmarion.nl

Psalm 95:3-5

Psalm 95:3-5 NBV
3.De HEER is een machtige God,
een machtige Koning, boven alle goden verheven.
4.Hij houdt in Zijn hand de diepten der aarde,
de toppen van de bergen behoren Hem toe,
5.van Hem is de zee, door Hem gemaakt,
en ook het droge, door Zijn handen gevormd.