Auteur: leni
Tekst bij 328 Matteüs 14:26-31
Matteüs 14;26-31 NBV
26.Toen de leerlingen Jezus op het meer zagen lopen,
raakten ze in paniek.
Ze riepen: Een spook! en schreeuwden het uit van angst.
27.Meteen sprak Jezus hen aan:
Blijf kalm! IK ben het, wees niet bang!
28.Petrus antwoordde: Heer, als U het bent,
zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.
29. Hij zei: Kom!
Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
30.Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was,
werd hij bang.
Hij begon te zinken en schreeuwde het uit:
Heer, red me!
31. Meteen strekte Jezus Zijn hand uit,
Hij greep hem vast en zei:
Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld!
Niet oordelen T930
Iets wat in de ogen van wijzen een dwaasheid is….
is in de ogen van dwazen een Hemelse boodschap….
God opent ogen of houdt de ogen van het hart
voor Zijn boodschap gesloten.
God opent ,als Hij dat nodig vind,
zelfs de ogen van een ezelin.
Zij zag de engel met een zwaard,
maar Bileam’s ogen waren nog gesloten….
Driemaal sloeg Bileam de ezel….
Toen…..opende God de ogen van Bileam
en zag ook hij de engel met het zwaard!
Bileam kreeg inzicht in zijn zonden,
daar gebruikte God de ezelin voor……
Dwaasheid??? of een Hemelse boodschap??
Bij God is alles mogelijk!!
De dwazen die de Bijbelse boodschap verstaan
mogen nooit!! oordelen.
Want dat inzicht hebben ze niet van zichzelf
maar hebben het van God ontvangen……
Numeri 22:27+28A NBV
27.Toen de ezelin de engel van de HEER zag, ging ze liggen,
met Bileam nog op haar rug.
Bileam werd woedend en sloeg de ezelin met een stok.
28.Toen liet de HEER de ezelin spreken….
IJskoud
Wat kan een ijskoud mensenhart
ontzettend verlangen naar warmte…
God kan…zo’n hart….
met Zijn Liefde ontdooien.
Die Liefde verdrijft de kou
en laat het ijs smelten.
Er komt ruimte in dat hart.
Ruimte voor licht en voor liefde…
Het wordt warm en liefdevol…..
God geeft zoveel dat er zelfs
van uitgedeeld kan worden.
De kou en het ijs zijn verdwenen…..
Een ijskoud hart zal in Gods Handen ontdooien!!
Hemelvaart.
Hemelvaart.
Lucas 24:50-53 uit NBV.
50.Hij(Jezus)nam hen mee de stad uit,
tot bij Betanië.
Daar hief Hij Zijn handen op en zegende hen.
51.Terwijl Hij hen zegende,ging Hij van hen heen
en werd opgenomen in de Hemel.
52.Ze brachten Hem hulde en keerden
in grote vreugde terug naar Jeruzalem,
53.waar ze voortdurend in de tempel waren
en God loofden.



















































