Psalm 57:2+3

Psalm 57:2+3 NBG
2.Wees mij genadig, o God,
wees mij genadig,
want bij U schuilt mijn ziel;
ja, in de schaduw van Uw vleugelen
zal ik schuilen,
totdat het onheil voorbij is.
3.Ik roep tot God, de Allerhoogste,
tot God, die het voor mij voleindigt.

 

Vader, U laat mij….


Vader, U laat mij wonderlijke dingen
in deze tekening zien.
>Als eerste zie ik de tulp.
>De bol moet eerst in de aarde gepoot worden.
Sterven in de aarde….
Voordat het als tulp gaat groeien en bloeien,
het laat me denken aan de opstanding van Jezus.
>Ik als bol moet  mijn oude ik afleggen
voordat ik kan groeien en bloeien tot eer van God.
>Ik zie in het dichtgevouwen blad van de tulp
ook biddende handen.

>De tulp zou ook het Pinkstervuur kunnen zijn.
De uitstorting van de Heilige Geest, als tongen van vuur.
>Het hart is in alle rust en vrede
en kostbaar als een parel voor God.

>Gods Geest als de duiven met jong blad,
overal Aanwezig om het hart te leiden naar de Weg van Jezus.
>Ik zie ook dat ik mijn pijn  bij Jezus mag brengen.
>Vader, wat heeft U mij veel gezegend!!!!
Kleine kadootjes als pareltjes,
dank U wel dat U ze mij liet zien.


Wat bent U onmetelijk groot en liefdevol!!
Vader, dank U wel!!

Johannes 1:14


Johannes 1:14 NBG

14.Het Woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond
en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd,
een heerlijkheid als van de enig geborene
des Vaders,
vol van Genade en waarheid.

Johannes 1:14 NBV
14.Het Woord is mens geworden

en heeft bij ons gewoond,
vol van goedheid en waarheid
en wij hebben Zijn grootheid gezien,
de grootheid van de enige Zoon
van de Vader.

Psalm 147:15-18

Psalm 147:15-18 NBG
15.God zendt Zijn bevel op aarde,
Zijn Woord loopt zeer snel;
16.Hij geeft sneeuw als wol,
Hij strooit de rijp als as,
17.Hij werpt Zijn ijs als stukken;
wie kan bestaan voor Zijn koude?
18.Hij zendt Zijn Woord en doet ze smelten,
Hij doet Zijn wind waaien,-
daar vloeien de wateren.

Efeziërs 6:10-17. De wapenrusting

Efeziërs 6:10-17 uit NBV.
10.Zoek uw kracht in de Heer,
in de kracht van Zijn macht.
11.Trek de wapenrusting van God aan
om stand te kunnen houden tegen
de listen van de duivel.
12.Onze strijd is niet gericht tegen mensen
maar tegen hemelse vorsten, de heersers
en machthebbers van de duisternis,
tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
13.Neem daarom de wapens van God op
om weerstand te kunnen bieden
op de dag van het kwaad,
om goed voorbereid
stand te kunnen houden.

14.Houd stand, met de waarheid
als gordel om uw heupen,
de gerechtigheid als harnas om uw borst,
15.de inzet voor het evangelie van de vrede
als sandalen aan uw voeten
16.en draag bovenal het geloof als schild
waarmee u alle brandende pijlen
van hem die het kwaad zelf is doven.
17.Draag als helm de verlossing
en als zwaard de Geest,
dat wil zeggen Gods woorden.

Ik heb jou niets te geven..

Ik heb jou niets te geven..

Dit is zo’n moment
dat ik jou niet helpen kan.
Niet met woorden,
niet met daden.
Wat blijft dat is
dat machteloze gevoel,
om met lege handen te staan.
Zo graag wil ik je helpen,
maar ik weet niet hoe.
Woorden schieten immers te kort.
Mijn hart doet pijn om jou…
Dit is zo’n moment dat ik niets
anders heb dan mijn armen,
die ik in gedachten
om jou heen sla en voor je bid…
…..om kracht van God…..