Romeinen 4:20-22

Romeinen 4:20-22 uit NBV.

20.Hij(Abraham)twijfelde niet aan Gods belofte;
zijn geloof verloor hij niet, integendeel,
hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God.
21.Hij was er van overtuigd
dat God bij machte was te doen

wat Hij had beloofd,
22.en dat werd hem als een daad
van gerechtigheid toegerekend.

Hebreeën 11:17-19

Hebreeën 11:17-19 uit NBV.
17.Door zijn geloof kon Abraham,
toen hij op de proef werd gesteld,
Isaäk als offer opdragen.
Hij die de beloften had ontvangen,
was bereid zijn enige zoon te offeren.
18.Terwijl er tegen hem gezegd was:
Alleen door Isaäk zul je nageslacht krijgen,
19.zei hij bij zichzelf dat het voor God
mogelijk moest zijn iemand uit de dood
op te wekken en daarom kreeg hij hem ook terug,
bij wijze van voorafbeelding.

1Johannes 5:13-15.

1 Johannes 5:13-15 uit NBV.

13.Dit alles schrijf  ik(Johannes)u omdat u
moet weten dat u eeuwig leven hebt,
u die gelooft in de Naam van de Zoon van God.
14.Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden,
in de zekerheid dat Hij naar ons luistert
als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is
met Zijn wil.
15.En omdat we weten dat Hij naar ons luistert,
wat we Hem ook vragen,weten we ook dat we alles
al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben.

Johannes 4:39+41+42.

Johannes 4:39 uit NBV.
In de stad kwamen veel Samaritanen
tot geloof in Jezus,door het getuigenis
van de vrouw:Jezus weet ALLES van mij.

Johannes 4:41+42 uit NBV.
Nog veel meer mensen kwamen tot geloof
door wat Jezus zei.
Ze zeiden tegen de vrouw:
Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt,
maar we hebben Hem zelf gehoord
en we weten dat Hij werkelijk de Redder
van de wereld is.

Job 1:12+21+22.

Job 1:12.

Toen zei de Heer tegen satan:
,,Goed,met alles wat van Job is
mag je doen wat je wilt,
maar raak Job zelf niet aan.”
Hierop vertrok satan.

Job 1:21+22 uit NBV.

En Job zei:
Naakt ben ik uit de schoot
van mijn moeder gekomen
en naakt zal ik in haar schoot terugkeren.
De Heer heeft gegeven,
de Heer heeft genomen,
de naam van de Heer zij geprezen.”
Ondanks alles zondigde Job niet
en maakte hij God geen enkel verwijt.