De duif.

De duif.

Op de begraafplaats van een klooster,
stond ik in een klein open kapelletje,
in gedachten voor een levens groot beeld
van de gekruisigde Jezus.
Ik probeerde mij een voorstelling te maken,
van wat Jezus voor mij gedaan heeft.
Mijn blik dwaalde over het beeld van Jezus.
Ik keek naar de nagels door Zijn Handen.
Ik keek naar Zijn doorboorde voeten.
Ik keek naar Zijn hoofd gekroond
met de doornenkroon,
naar het bloed dat droop over Zijn gezicht.
Ik keek naar de wond in Zijn zij.
Ik probeerde me in te leven in de pijn,
die Hij voelde daar aan dat kruis.
Ik zag hoe Hij leed voor mij,
om mij van zonden te bevrijden.
Ik stond daar met gevouwen handen
onder mijn kin,
mijn ogen en hart gericht op Jezus en keek…
en voelde Zijn grote liefde voor mij.

Zomaar in eens vloog
een spierwitte duif naar binnen,
ging zitten op het kruis en liep wat heen en weer.
Toen stond hij stil en keek mij zacht koerend aan,
ik hield mijn gevouwen handen voor mijn mond,
durfde bijna geen adem te halen.
Ik stond daar in stille verwondering,
te kijken naar die witte duif op het kruis.

Door de duif gingen mijn gedachten
naar de Doop van Jezus,
toen de Geest van God als een duif uit de hemel
op Hem neerdaalde
en uit de hemel een stem klonk die zei:
Dit is Mijn geliefde Zoon,in Hem vind Ik vreugde.

Zacht koerend vloog de duif recht over mij heen
weer naar buiten.
Mij vol van vreugde achter latend,
over dit kleine wonder.
Ik mocht dit zomaar zien in alle rust en stilte
en werd door niemand gestoord.
  

Licht als een veer verliet ik de begraafplaats,
opzoek naar iemand aan wie ik vertellen kon
wat ik had beleefd.
En besefte wat Jezus voor mij betekent.

Wat Jezus deed voor mij,deed Hij ook voor jou.
  

Leni.